De werksleutel | Thema 2 | Vaktaal: Techniek

Automonteur

Ik werk in een autogarage. Ik repareer en doe het onderhoud aan auto's. (functie)

Fietsenmaker

Ik werk bij de fietsenwinkel en repareer fietsen. (functie)

Constructiebankwerker

Ik las, bewerk, knip, zaag, snijd, boor, vijl en monteer onderdelen voor constructies. Ik werk in de metaalbranche, zoals bij apparatenbouwers, constructiebedrijven, carrosseriebedrijven, scheepswerven, tankbouwers of leidingbouwers. (functie)

Servicemonteur

Ik kom regelmatig langs voor onderhoud aan machines en apparaten, maar ik kom direct om ze te repareren als ze kapot zijn. Mijn beroep zit in verschillende branches, zoals de elektrotechniek, de koeltechniek of de installatietechniek. (functie)

Elektromonteur/elektricien

Ik werk met elektra. Ik leg elektriciteit aan en doe ook het onderhoud aan apparaten, schakelmaterialen en bedrading. Als er een storing is, los ik die op. (functie)

Machineoperator

Ik bedien en controleer machines. Ik werk vaak in een fabriek. Ik los kleine storingen op. (functie)

Koelmonteur

Ik installeer koel- en vriescellen. Ik weet goed hoe ze werken en kan storingen opsporen en verhelpen. (functie)

Monteur van zonnepanelen

Ik ben verantwoordelijk voor het installeren van zonnestroomsystemen op de daken. Ik werk vaak in teamverband en heb geen hoogtevrees. (functie)

Monteren

Iets in elkaar zetten.

Repareren

Zorgen dat iets wat kapot is weer werkt of weer heel is.

Vervangen

Vernieuwen, verruilen.

Onderhoud

Ergens goed voor zorgen, zodat het blijft werken.

Band plakken

Zorgen dat een lekke band niet meer leegloopt.

Lak spuiten

Ik heb drie krasjes op mijn auto. Ik ga vanmiddag naar de garage. De automonteur gaat ... op deze plekjes.

Apk uitvoeren

Eén keer per jaar moet mijn auto naar de garage voor een controle. Ik laat dan een ...

Grote/kleine beurt doen

Na iedere 15.000 en 30.000 kilometer moet mijn auto naar de garage voor onderhoud.

Olie verversen

Motorolie vernieuwen.

Praatje maken

Een kort gesprekje voeren over gewone dingen.

Verslag doen

Zeggen wat je op je werk hebt gedaan, en hoe het is gegaan. Je vertelt ook wat je nog niet hebt gedaan.

Rapporteren

Zeggen of schrijven wat je op je werk hebt gedaan, en hoe het is gegaan. Je vertelt vaak ook wat je nog niet hebt gedaan.

Probleemanalyse

Uitzoeken wat het probleem is.